Champagne misplaatst na oordeel in Verstappen-zaak

Met champagne vierden de openbare aanklagers eind januari de veroordeling van Jos B. in hoger beroep. Zulke uitbundigheid is normaal gesproken al ongepast voor leden van de rechterlijke macht. Maar helemaal als het bewijs beter past bij het verhaal van de veroordeelde dan dat van het OM.

In De fietser op de hei lichten de rechtspsychologen Peter van Koppen en Robert Horselenberg en juriste Leonie Ebbekink het bewijs, het vonnis en het arrest in de zaak van Nicky Verstappen door. Voor de dood en het seksueel misbruik van dit 11-jarige jongetje veroordeelde het Gerechtshof ’s Hertogenbosch op 28 januari 2022 Jos B. in hoger beroep tot 16 jaar gevangenisstraf.

Dwaling

Afgaande op het boek lijkt deze veroordeling de nieuwste gerechtelijke dwaling in de geschiedenis van de Nederlandse rechtspraak. De auteurs zeggen niet dat Jos B. onschuldig is veroordeeld. Zij lossen het misdrijf niet op. Wel schrijven zij dat de bewijzen beter passen bij het verweer van B. dan bij het misdrijfscenario van het OM presenteerde, waarin zowel de rechtbank als het gerechtshof zijn meegegaan.

De sporen, getuigenverklaringen en andere bewijsmiddelen wijzen meer in de richting van een kampleider met een zedenverleden. Daarvan liepen er – ongelooflijk maar waar – in 1998 meerdere rond op het zomerkamp op de Brunssummerheide waar Nicky zijn laatste vakantie doorbracht. Drie kampleiders hadden meer mogelijkheden om Nicky ongezien te misbruiken en elders te dumpen dan Jos B., die in het boek Jos Bekkum wordt genoemd.

Het OM zegt – kort gezegd – dat Bekkum Nicky heeft ontvoerd toen de jongen’s nachts een plas deed tegen een boom bij de tent op het terrein van het zomerkamp. Bekkum heeft Nicky op de fiets meegenomen naar een dennenbos 900 meter verderop. Daar zou B. het meegaande dan wel bewusteloze jongetje hebben misbruikt en zijn hand zo stevig op diens mondje hebben gedrukt dat Nicky overleed door ‘smoring’. Het belangrijkste bewijs hiervoor is het DNA van B. dat is aangetroffen op de onderbroek en pyjamabroek van Nicky, die overigens niet meer aan had dan dat. De preciese doodsoorzaak van Nicky heeft niemand overigens kunnen vaststellen.

Verweer Jos B.

Het verhaal van Jos B. is dat hij fietste op de hei, een plas deed, vijftig meter verderop iets zag liggen, ging kijken, Nicky ontdekte, hem omdraaide, keek of hij nog leefde, Nicky weer terugdraaide toen hij overleden bleek, diens buik en broek schoonveegde en ordende en zich uit de voeten maakte toen hij zich bekeken voelde. Gezien een eerdere verdenking van een zedenmisdrijf koos hij het hazenpad. B. werd toen niet veroordeeld.

Toen B. in de media hoorde dat een jongetje werd vermist, ging hij de volgende avond terug naar het dennenbos om zo nodig te wijzen op de vindplaats. Toen hij in het dennenbos lichten en mensen zag, nam hij aan dat Nicky was gevonden. Twee marechaussees hielden B. staande en vroegen wie hij was. B. gaf zijn eigen naam en echte adres op.

Op de rechtszitting had B. de schijn tegen, omdat hij zweeg op advies van zijn advocaat. Toen hij uiteindelijk met een verklaring kwam, leek het alsof hij een verhaal had geconstrueerd dat bij het beschikbare bewijs past. Als dat de bedoeling was, heeft hij volgens Van Koppen c.s. veel kansen laten liggen.

Peter R. de Vries

Ik vond zijn ontdekkingsscenario – zoals de auteurs diens verweer noemen – destijds ongeloofwaardig, mede door het zwijgen van B. Ik las het vonnis van de rechtbank en maakte er voor eigen gebruik een samenvatting van. Ondanks de gaten in het bewijs vond ik de motivering van het vonnis aannemelijk.

Na lezing van het boek geneer ik mij een beetje. Natuurlijk kende ik als krantenlezer en tv-kijker niet alle feiten. Maar had ik juist daarom niet voorzichtiger moeten zijn? Overigens kon ook Peter R. de Vries – die veel meer van de zaak wist– zich verenigen met de veroordeling van B. De fietser op de hei is geen monument voor de vermoorde misdaadjournalist.

In tegendeel. Zonder de mediadruk van De Vries zouden de aanklagers, rechters en magistraten wellicht zorgvuldiger te werk zijn gegaan. In die zin doet deze zaak denken aan De Veroordeling, de film over de Deventer moordzaak.

Onrechtmatig DNA-bewijs

De auteurs nemen stap voor stap de bewijzen door, stellen vast wat eraan ontbreekt, dat de DNA-sporen op de kleding van Nicky vermenigvuldigd zijn door ‘contaminatie’, ofwel: verspreid door de vele onderzoekers die de onder- en pyjamabroek in de loop der jaren in handen hebben gehad. De DNA-sporen zijn niet vergeleken met alle mogelijke daders. Daardoor kunnen drie kampleiders niet worden uitgesloten als verdachten.

De auteurs wijzen er ook op dat het OM heeft op onrechtmatige wijze DNA van Jos B. in handen heeft gekregen. Alle kaarten werden op hem gezet. Het beschikbare bewijsmateriaal past echter beter bij het ontdekscenario van B. dan bij het misdrijfscenario van het OM. Het verhaal van de veroordeelde is daardoor waarschijnlijker dan dat van het OM. Maar de rechtbank en het gerechtshof malen daar niet om en komen met conclusies die niet altijd zijn goed onderbouwd. Zo schrijven Van Koppen c.s. op pagina 205: ‘Deze onderbouwing wekt de schijn dat de rechtbank de bewijsmiddelen heeft willen toeschrijven naar de schuld van Bekkum en de onschuld van iedere andere potentiële dader.’

Kurkdroog

De auteurs memoreren dat de aanklagers in hoger beroep, Eefje Verheijen en Gerard Sta, de champagnefles ontkurkten na de veroordeling tot 16 jaar. Van Koppen c.s. veroordelen hen niet, maar stellen het droog vast. Zoals zij zich in het hele boek beperken tot de feiten, zonder zelf te oordelen. Dat maakt hun analyse des te dodelijker voor de doelredenaars.

Rechtspycholoog Horselenberg werkte ooit bij het OM, maar vertrok daar na een verschil van inzicht over de aanpak van deze zaak. De publicatie van dit boek hebben hij en Van Koppen in overleg met Jos B. uitgesteld, wat als voordeel had dat zij ook het arrest van het gerechtshof konden fileren.

Voor mij is het boek een les in nederigheid, een college in nóg meer bij de feiten blijven voordat ik oordeel en in beseffen wat ik niet weet. Als de aanklagers, rechters en raadsheren dezelfde les leren, ontkurk ook ik de champagnefles.